Informatie
Twee kansen, één droom – mijn weg naar de elite
Na nieuwjaar kreeg ik twee geweldige kansen waar ik als jonge voetballer alleen maar van kon dromen. De eerste kwam onverwacht, maar voelde meteen juist: ik mocht mezelf laten zien bij een eliteclub, namelijk Beerschot.
De eerste twee trainingen waren intens, maar ik voelde me sterk. Ik was gefocust, gretig, en klaar om te bewijzen dat ik thuishoor op dat niveau. Daarna volgden twee topwedstrijden: tegen Anderlecht en FC Utrecht. In beide matchen voelde ik dat ik écht goed speelde – ik was in vorm, in balans, en had het gevoel dat ik op het juiste moment op de juiste plaats stond.
Maar dan… sloeg het noodlot toe. Een virus, dat me volledig onderuit haalde. Wat ik dacht dat een griepje was, bleek een serieuze klap voor mijn lichaam. Drie maanden lang voelde ik me leeg, uitgeput. Mijn spieren braken af, mijn energieniveau zakte tot nul en ik kreeg een ijzertekort. Mijn lichaam werkte niet meer mee. Alles wat ik had opgebouwd, leek plots stil te vallen.
En dat was waarschijnlijk mijn grootste pech bij Beerschot. Terwijl anderen doortrainden en verder groeiden, moest ik noodgedwongen toekijken.
Toch kijk ik er niet met spijt op terug. Het was een mooie ervaring. Ik heb getraind met toptrainers, geweldige spelers leren kennen, en gevoeld hoe het is om aan de poort van het elitevoetbal te staan. En dat gevoel blijft me motiveren. Het vuur in mij brandt nog altijd. De weg naar de top is zelden recht, maar ik weet dat ik terugkom – sterker dan ooit.
Mijn verhaal is nog lang niet af.
Van herstel naar hoop – mijn ervaring bij NAC Breda
Na een zware periode van ziekte, waarin mijn lichaam maandenlang tegenwerkte, begon ik eindelijk terug op krachten te komen. Langzaam hervatte ik mijn trainingen en voelde ik mezelf terug stijgen. Mijn ritme keerde terug, en toen – totaal onverwacht – kwam er plots een uitnodiging die mijn hart sneller deed slaan: ik mocht gaan testen bij NAC Breda.
Ik wist even niet waar ik het had. Overweldigd, blij, dankbaar. Nog voor de eerste training begon, was ik al keihard aan het trainen – want als deze kans komt, dan wil je top zijn. De eerste training bij NAC… wauw. Wat een infrastructuur. Wat een organisatie. Net zoals bij Beerschot: toptrainers, topomkadering, topspelers.
Tijdens die eerste training, die deels speels en ontspannen was omdat het team net kampioen geworden was, waren er drie trainers aanwezig: een T1, een fysieke trainer en een T2. Het was een toffe sessie, maar eerlijk? Ik had het gevoel dat ik me nog niet 100% kon tonen zoals ik wilde omdat dit een spelende training was. Toch waren de trainers na afloop onder de indruk en kwamen ze vragen stellen – dat gaf me echt een boost.
De tweede training was anders. De T1 was er niet bij, en de groep voelde ook iets losser aan. Maar de week daarna kreeg ik de kans om mee te trainen met de O17, aangezien de O16 op toernooi waren. En dat was gewoon top. De intensiteit, de spelers, de begeleiding – alles klopte. Ik genoot, ik ging ervoor, en het liep echt goed. Na de training kwam de T2 van de O17 naar me toe en zei: "Je was goed." Ik was fier, oprecht fier. Ik dacht: ik ben er bijna.
We begonnen zelfs plannen te maken om dichter bij de grens te gaan wonen. Alles leek in beweging. De laatste training was er eentje met een mix van O17 en O19 – stevige onderlinge wedstrijdjes. Het tempo lag hoog, maar ik voelde me goed. Ik stond stevig in de duels, speelde balvast, hield mijn man. Na de training nog een babbeltje met de trainers: opnieuw complimenten, lof, bevestiging.
En toen… een week later… die ene mail.
Ik durfde amper te kijken. Maar ja, het was niet positief.
Waarom? Ik weet het nog steeds niet. Ik heb een mail teruggestuurd met de vraag naar feedback, maar kreeg (nog) geen antwoord. En dat was hard. Echt hard. Omdat ik voelde dat ik er zo dicht bij was. Omdat ik mezelf had overtroffen.
Toch overheerst geen teleurstelling, maar dankbaarheid. Want dit alles heeft me doen groeien. Ik heb gevoeld dat ik op dat niveau kan meedraaien. Ik heb getraind met de besten. Ik heb mezelf bewezen, en meer dan ooit voel ik: ik hoor hier thuis.
De afwijzing is geen eindpunt. Het is brandstof.
Ik blijf trainen, ik blijf groeien. Want ik weet nu zeker:
ik kan het.
Reactie plaatsen
Reacties